ECLI:NL:CRVB:2016:3418

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 september 2016
Publicatiedatum
14 september 2016
Zaaknummer
16/777 ZW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hogerberoepschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant stelde in verzet dat het hogerberoepschrift wel tijdig was ingediend en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij het afschrift van de uitspraak pas op 5 januari 2016 ontving.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift zes weken bedroeg, ingaande op de dag na verzending van de uitspraak aan de gemachtigde van appellant, namelijk 17 december 2015. De termijn eindigde daarom op 27 januari 2016. Het hogerberoepschrift werd echter op 28 januari 2016 verstuurd, één dag te laat.

De Raad stelde vast dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen, ondanks dat hij het afschrift later ontving. Er was dan ook geen reden om het verzet gegrond te verklaren. De Raad wees tevens proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 augustus 2016
16/777 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 december 2015, 15/441
(aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting zijn verschenen appellant en zijn gemachtigde, J.P.J. Franssen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 11 mei 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De gemachtigde van appellant heeft in verzet - nogmaals - betoogd dat het hogerberoepschrift wel tijdig is ingediend. De eerste dag van de hogerberoepstermijn was donderdag
17 december 2015. Het optellen van 42 dagen bij 17 december 2015 betekent dat de laatste dag donderdag 28 januari 2016 was, zodat het hogerberoepschrift op die dag tijdig is ingediend.
Verder heeft de gemachtigde betoogd dat appellant het afschrift van de aangevallen uitspraak pas op 5 januari 2016 heeft ontvangen van zijn toenmalige gemachtigde, zodat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt zes weken
(artikel 6:7 van Pro de Awb) en vangt aan met ingang van de dag waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt (artikel 6:8 van Pro de Awb). De rechtbank heeft op (woensdag)
16 december 2015 een afschrift van de aangevallen uitspraak aan (de gemachtigde van) appellant gezonden. De eerste dag van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is dan (donderdag) 17 december 2015. Dit betekent dat na
17 december 2015 nog 41 dagen resteerden om tijdig een hogerberoepschrift in te dienen. Het optellen van 41 dagen bij 17 december 2015 betekent dat de termijn eindigde op (woensdag)
27 januari 2016. Het hogerberoepschrift is verstuurd bij faxbericht van (donderdag)
28 januari 2016 en aldus één dag te laat ingediend.
Met betrekking tot de omstandigheid dat appellant het afschrift van de aangevallen uitspraak later heeft ontvangen is van belang of appellant op het tijdstip van ontvangst nog voldoende tijd had om tijdig hoger beroep in te stellen. Uitgaande van ontvangst op 5 januari 2016 stelt de Raad vast dat in dit geval aan deze voorwaarde is voldaan.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons
GdJ