ECLI:NL:CRVB:2016:3431

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
15 september 2016
Zaaknummer
15/4504 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in AOW-zaken

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van verzoeker tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn verzoek om herziening vanwege het niet betalen van het griffierecht.

Verzoeker had verklaard alles te hebben gedaan om het griffierecht tijdig te voldoen, maar dit was niet gelukt. Hij bood aan het griffierecht alsnog te betalen en verzocht om een nieuwe acceptgirokaart. De Raad oordeelde echter dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.

De Raad benadrukte dat het aan verzoeker was om tijdig te informeren bij betalingsproblemen, wat niet was gebeurd. Het wettelijke kader biedt geen ruimte voor een nieuwe betalingstermijn. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht zonder geldige rechtvaardiging.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 augustus 2016
15/4504 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, 8:108, eerste lid, en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 maart 2015, 14/2100
Partijen:
[Verzoeker] te Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, 8:108, eerste lid, en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht van 19 februari 2016 heeft de Raad het verzoek om herziening van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft verzoeker verklaard dat hij er alles aan heeft gedaan om tijdig het griffierecht te betalen, maar dat dit niet is gelukt. Verzoeker heeft - nogmaals - verklaard bereid te zijn het griffierecht opnieuw te voldoen en heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad is van oordeel dat verzoeker in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Indien appellant problemen heeft ondervonden met het betalen van het griffierecht, had het op zijn weg gelegen de Raad hierover tijdig te informeren. Dat heeft hij echter niet gedaan. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om verzoeker een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te geven.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

SS

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de N. Talhaoui en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, 30 Août 2016.