ECLI:NL:CRVB:2016:3438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over woon- en leefsituatie
Appellant verhuisde eind november 2013 naar een nieuwe woonplaats en vroeg op 30 december 2013 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en leefsituatie, waarbij onder meer bankafschriften werden bestudeerd, gesprekken werden gevoerd en een huisbezoek plaatsvond. Uit het onderzoek bleek dat appellant tegenstrijdige en onvolledige verklaringen gaf over zijn verblijfplaatsen, met name over het feit dat hij veel bij zijn tante en neef verbleef, terwijl hij dit niet wilde toelichten.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen vanwege de gerede twijfel over de feitelijke woonplaats van appellant en het ontbreken van openheid over zijn woon- en leefsituatie.
Appellant voerde aan dat hij voldoende informatie had verstrekt en dat het college hem niet de gelegenheid had gegeven om schriftelijk nadere verklaringen te geven. Ook wees hij op een latere aanvraag die wel werd toegewezen. De Raad verwierp deze argumenten en stelde dat het college niet verplicht was om een extra termijn te gunnen en dat de latere toekenning niet tot een ander oordeel leidt omdat toen de situatie anders was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting over de woon- en leefsituatie.