ECLI:NL:CRVB:2016:3444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim politiefunctionaris na vertrouwensschending en misbruik diensttelefoon
Appellant, sinds 1976 werkzaam bij de politie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer het niet professioneel omgaan met een vrouwelijke verdachte en een vrouwelijke burger, waarbij vertrouwelijke politie-informatie werd gelekt. Daarnaast maakte hij bovenmatig privégebruik van zijn diensttelefoon en verrichtte nevenwerkzaamheden tijdens ziekte.
De korpschef stelde een disciplinair onderzoek in na een aangifte van belaging en bedreiging en legde appellant met onmiddellijke ingang buiten functie. Na bezwaar en schorsing werd het ontslag definitief opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat zijn psychische gesteldheid een rol speelde bij het plichtsverzuim. De Raad oordeelde echter dat de gedragingen hem toerekenbaar zijn en dat de verklaringen van de behandelend psychiater onvoldoende inzicht boden in zijn psychische toestand ten tijde van de gedragingen.
Gelet op de ernst van het plichtsverzuim en de voorbeeldfunctie van appellant achtte de Raad het ontslag niet onevenredig. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.