Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 8 augustus 2014 kinderbijslag aangevraagd op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen met het besluit van 30 september 2014, omdat appellant niet verzekerd is voor de volksverzekeringen sinds zijn terugkeer naar Marokko in 1980. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 8 januari 2015 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaard. In hoger beroep benadrukte appellant dat hij kinderen heeft waarvoor hij alle kosten draagt en dat hij een AOW-pensioen uit Nederland ontvangt. Desondanks is vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden om verzekerd te zijn voor de AKW en kan hij ook geen aanspraak maken op overgangsbepalingen zoals artikel 7c AKW.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en weigert de kinderbijslag toe te kennen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 16 september 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van verzekering voor de AKW.