ECLI:NL:CRVB:2016:3468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- A.T. de Kwaasteniet
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WGA-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling
Appellant is wegens diverse gezondheidsklachten arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een WGA-uitkering van het UWV. Na melding van vermeende toename van arbeidsongeschiktheid heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld en vastgesteld dat deze niet is gewijzigd, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing en stelde dat de medische beoordeling ontoereikend was, met name dat zijn beperkingen niet goed waren ingeschat en de geselecteerde functies niet passend waren. Hij bracht aanvullende medische stukken in en verzocht om benoeming van een deskundige.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep hebben geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd. De verzekeringsartsen hebben appellant gesproken, relevante medische informatie ingewonnen en overleg gepleegd met behandelend specialisten. Er was geen aanleiding om de eerdere beoordeling te herzien of een deskundige te benoemen.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellant niet zijn onderschat en dat de belasting van de geselecteerde functies zijn functionele mogelijkheden niet overschrijdt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd blijft vastgesteld op circa 49,9%.