ECLI:NL:CRVB:2016:3473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder dringende redenen
Appellant ontving sinds 2009 bijstand en had deze laten intrekken na het niet terugzenden van een statusformulier. Hij verbleef van augustus 2013 tot augustus 2014 in Libanon, waarbij het college de bijstand introk vanaf 26 september 2013 wegens overschrijding van de wettelijk toegestane vakantieperiode van vier weken in het buitenland. Tevens werd de teveel ontvangen bijstand teruggevorderd.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wegens ernstige psychische en medische klachten, ziekenhuisopname en een strafrechtelijk onderzoek niet kon terugkeren naar Nederland. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen zeer dringende redenen vormden die bijstandverlening rechtvaardigen, mede omdat appellant verzekerd was en medische zorg en verzorging ontving in Libanon.
Ook het beroep op onaanvaardbare financiële gevolgen van terugvordering werd verworpen, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren die een individuele afweging rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder dringende redenen wordt bevestigd.