ECLI:NL:CRVB:2012:BV1028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding maximale vakantieduur zonder zeer dringende reden
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had toestemming gevraagd om van 15 december 2008 tot en met 15 januari 2009 op vakantie te gaan naar Jemen. Na medische problemen aldaar kon appellant niet tijdig terugkeren. Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van 16 januari 2009 in vanwege overschrijding van de maximale vakantieduur.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond omdat appellant geen zeer dringende redenen had aangetoond zoals vereist in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van een acute noodsituatie, maar de Raad stelde vast dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij in behoeftige omstandigheden verkeerde tijdens de beoordelingsperiode.
De Raad oordeelde dat het feit dat appellant medische zorg in Jemen nodig had en zijn uitkering in Nederland was ingetrokken, onvoldoende is om bijstand te verlenen. Ook was niet gebleken dat bijstand de enige manier was om in zijn behoeftige situatie te voorzien. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens overschrijding van de maximale vakantieduur wordt bevestigd omdat geen zeer dringende redenen zijn aangetoond.