ECLI:NL:CRVB:2016:3487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag wegens niet aanleveren gegevens
Appellant was tot november 2013 zelfstandig ondernemer en diende op 15 juni 2014 een aanvraag bijstand in op grond van de WWB. De gemeente Rotterdam verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens zoals bankafschriften en boekhouding, met een uiterste inleverdatum van 11 juli 2014. Appellant heeft geen van de gevraagde stukken aangeleverd en heeft ook geen uitstel gevraagd.
Het college stelde de aanvraag op 14 juli 2014 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, een besluit dat na bezwaar op 31 oktober 2014 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat het buiten behandeling stellen in strijd was met het verbod op détournement de procédure en dat het college een belangenafweging had moeten maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld omdat appellant niet de noodzakelijke gegevens heeft verstrekt terwijl hij daar redelijkerwijs over kon beschikken. De Raad wijst erop dat de Awb ook van toepassing is op de WWB en dat er geen uitzondering bestaat die buiten behandeling stellen uitsluit. Ook is geen sprake van strijd met het beleid of de wetgeverbedoeling. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens.