ECLI:NL:CRVB:2016:3559
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening en duur WW-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin de hoogte en duur van zijn WW-uitkering zijn vastgesteld. Het UWV had appellant een WW-uitkering toegekend vanaf 6 oktober 2014 tot uiterlijk 5 maart 2015, tenzij zijn situatie zou veranderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de berekening van de WW-uitkering correct was en dat appellant geen nadeel had ondervonden van de latere toekenning van de uitkering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet in de bezwaarprocedure was gehoord, waardoor zijn procespositie was geschaad.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant in de gelegenheid was gesteld om een hoorzitting aan te vragen, maar hier niet op heeft gereageerd. Hierdoor was een hoorzitting niet verplicht en is appellant niet in zijn belangen geschaad. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.