ECLI:NL:CRVB:2016:3587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening weigering tegemoetkoming Wtcg
Appellant verzocht om herziening van het besluit van 17 april 2012 waarbij zijn aanvraag voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) over 2010 werd afgewezen. Dit verzoek werd door het CAK afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat veranderde wetgeving als nieuw feit moet worden beschouwd en dat zijn medische situatie was verslechterd, wat een toepassing van een hardheidsclausule zou rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat veranderde wetgeving niet als nieuw feit kan gelden en dat de Wtcg geen ruimte biedt voor een hardheidsclausule. De medische stukken konden bovendien niet leiden tot herziening van het besluit over 2010.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.J. Schaap, in aanwezigheid van griffier N. van Rooijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de tegemoetkoming wordt bevestigd.