ECLI:NL:CRVB:2016:362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd in hoger beroep
Appellant was werkzaam als data entry medewerker en meldde zich ziek vanuit de WW, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Het UWV beëindigde deze uitkering op grond van geschiktheid voor zijn arbeid, wat appellant betwistte met verwijzing naar zijn psychische klachten en beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de maatstaf van de laatstelijk verrichte functie met inachtneming van verlichtende aspecten terecht werd gehanteerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder zijn diagnose van het syndroom van Asperger en de impact daarvan op zijn functioneren. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter het oordeel van de rechtbank, onder verwijzing naar de wettelijke maatstaf en de medische rapporten, en wees het hoger beroep af.
De Raad concludeert dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht is en dat er geen aanleiding is voor het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid.