ECLI:NL:CRVB:2016:3657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opleidingskosten wegens gebrek aan noodzakelijkheid
Appellante, die sinds 2012 bijstand ontvangt, verzocht het college om vergoeding van opleidingskosten voor een vakopleiding parfumerie tot visagiste. Het college wees dit af omdat de opleiding niet noodzakelijk werd geacht voor arbeidsinschakeling gezien haar brede werkervaring en eerdere opleiding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het verzoek ook als deelname aan een opleidingstraject moest worden gezien en dat de opleiding noodzakelijk was voor haar arbeidsmarktpositie. Tevens beriep zij zich op het vertrouwensbeginsel vanwege uitlatingen van haar casemanager over een baangarantie.
De Raad oordeelde dat het verzoek uitsluitend zag op vergoeding van kosten en dat het toetsingskader van artikel 35 WWB Pro terecht werd toegepast. Gezien haar eerdere opleiding en werkervaring was de gevraagde opleiding niet noodzakelijk. De communicatie van de casemanager bevatte geen ondubbelzinnige toezegging voor vergoeding. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de opleidingskosten wordt bevestigd.