ECLI:NL:CRVB:2016:368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante was langdurig arbeidsongeschikt en ontving achtereenvolgens een WAO-, WW- en Ziektewet-uitkering. Na verschillende ziekmeldingen en medische beoordelingen oordeelde het UWV dat zij geschikt was voor ten minste één van de in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functies. Dit leidde tot beëindiging van haar Ziektewet-uitkering per 3 september 2013.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde in hoger beroep dat haar psychische beperkingen, waaronder impulsregulatieproblemen, haar ongeschikt maken voor de genoemde functies. Zij voerde aan enkel solitaire werkzaamheden te kunnen verrichten.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de psychiater/neuropsycholoog rapporten hadden opgesteld waaruit bleek dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar dat de functies monteur samensteller en magazijn/expeditiemedewerker geen bijzondere sociale belasting kennen en appellante een eigen afgebakende taak zou hebben.
De Raad volgde appellante niet in haar standpunt en bevestigde het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt is voor ten minste één passende functie.