Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stond sinds november 2012 ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (brp). De minister kende hem studiefinanciering toe op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek door controleurs in juni 2014, waarbij bleek dat appellant niet meer feitelijk op het brp-adres woonde, herzag de minister de studiefinanciering en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de minister voldoende feitelijke grondslag had voor de herziening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel op het adres woonde en dat de bevindingen van de controleurs onvoldoende waren, maar bracht geen wezenlijk nieuwe feiten naar voren.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees erop dat het wettelijk vermoeden van niet-woonachtigheid op appellant rustte. Het ontbreken van persoonlijke spullen en de verklaring van de hoofdbewoner ondersteunden de herziening. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering bevestigd.