ECLI:NL:CRVB:2016:3753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens marihuanabezit en onvoldoende informatie
Appellant ontving sinds augustus 2012 bijstand als alleenstaande. Op 5 oktober 2013 trof de politie in zijn auto 8300 gram marihuana aan, waarna het college de bijstand introk en beëindigde. Appellant vroeg opnieuw bijstand aan, maar het college wees deze aanvraag af wegens onvoldoende informatie over zijn inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het collegebesluit gegrond vanwege onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van intrekking en beëindiging. Het college nam een nader besluit waarin het bezwaar tegen de afwijzing werd verworpen vanwege een storting van €1000 die appellant niet kon verklaren.
De Raad oordeelt dat het college terecht uitging van het proces-verbaal en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de marihuana niet van hem was. De bestuursrechter is niet gebonden aan een strafrechtelijke veroordeling. De afwijzing van de bijstandsaanvraag is terecht vanwege de hoge storting en gebrek aan inzicht in de kosten van levensonderhoud.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en beëindiging van de bijstand worden bevestigd en de bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.