ECLI:NL:CRVB:2016:3806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvullende beurs vóór aanvraagdatum op grond van Wsf 2000
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de ingangsdatum van zijn aanvullende beurs vast te stellen op 1 maart 2014, omdat hij de beurs pas op 26 februari 2014 heeft aangevraagd. Appellant stelde dat hij eerder geen aanvraag deed vanwege het inkomen van zijn vader en dat hij niet wist dat studiefinanciering niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat het dwingendrechtelijk bepaalde in artikel 3.21, tweede lid, Wsf 2000, toekenning vóór de aanvraagdatum uitsluit. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Verder wijst de Raad het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen toezegging is gedaan dat de aanvullende beurs met ingang van 1 januari 2014 zou worden toegekend. Appellant wordt geacht de wet te kennen en had eerder een aanvraag kunnen doen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de ingangsdatum van de aanvullende beurs blijft 1 maart 2014.