ECLI:NL:CRVB:2016:3876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij bijstandsverlening ondanks medicijnkosten
Appellant ontving aanvullende bijstand naast zijn WAO-uitkering. Het college beëindigde deze bijstand per 1 juli 2015 omdat appellant inwoonde bij zijn zoon en schoondochter, waardoor de kostendelersnorm van toepassing werd verklaard. Dit leidde tot een verlaging van de bijstandsnorm tot een bedrag lager dan zijn WAO-uitkering, waardoor de bijstand werd stopgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de toepassing van de kostendelersnorm tot een onaanvaardbaar resultaat leidt vanwege zijn hoge medicijnkosten. De Raad oordeelde dat medicijnkosten niet tot de algemene kosten van bestaan behoren en dat hiervoor bijzondere bijstand kan worden aangevraagd.
De Raad benadrukte dat de kostendelersnorm rekening houdt met schaalvoordelen bij het delen van kosten in een woning, ongeacht de aard van het inkomen of de feitelijke kostenverdeling. De wetgever heeft met deze norm de bijstandsnorm aangepast om deze schaalvoordelen direct te verwerken.
Gezien deze overwegingen en het ontbreken van concrete onderbouwing voor de medicijnkosten, wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm op appellant van toepassing is en wijst het hoger beroep af.