ECLI:NL:CRVB:2016:3899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking en terugvordering bijstand
Appellant ontving vanaf 2004 bijstand, die het college in 2009 introk en terugvorderde wegens vermeende niet-woonachtigheid op het uitkeringsadres. Appellant verzocht in 2013 om herziening van dit besluit, stellende dat hij wel degelijk op het adres woonde en dat nieuwe getuigen dit kunnen bevestigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat appellant niet was gehoord, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat er sprake is van nieuw gebleken feiten die herziening rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat de stelling dat getuigen bereid zijn meer te verklaren onvoldoende is als nieuw feit in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Het college mocht het verzoek afwijzen en de Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot herziening van het intrekkings- en terugvorderingsbesluit wordt bevestigd.