Uitspraak
11 mei 2015, 14/7733 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, beroepsmilitair bij de Koninklijke Landmacht, was sinds 2011 adjudant-onderofficier en werd vanaf november 2012 belast met de volledige waarneming van een functie verbonden aan de rang van kapitein. Deze waarneming werd meerdere malen verlengd, waardoor de periode langer dan twaalf maanden duurde. Appellant verzocht om bevordering tot kapitein op grond van de artikelen 22 en 24 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
De minister wees het verzoek af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat artikel 22 AMAR Pro slechts een waarneming voor maximaal twaalf maanden toestaat zonder recht op bevordering, en artikel 24 AMAR Pro alleen bevordering toekent aan militairen die daadwerkelijk de functie toegewezen krijgen, niet aan waarnemers.
De Raad overwoog verder dat appellant tevergeefs had gesolliciteerd naar de functie en dat de verlenging van de waarneming niet als toewijzing kon worden beschouwd. Andere bezwaren van appellant werden niet behandeld omdat hij daartegen geen rechtsmiddelen had aangewend. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om bevordering tot kapitein wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.