ECLI:NL:CRVB:2016:4017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens vermogen na erfenis zonder dringende redenen
Appellante ontving sinds 2004 bijstand als alleenstaande. Na het overlijden van haar vader in 2013 ontving zij een erfenis, waardoor haar vermogen het vrij te laten bedrag overschreed. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten van bijstand over de periode 5 oktober 2013 tot en met 31 augustus 2014 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zich in een uitzonderlijke situatie bevond door een medische fout van haar tandarts, en dat het college daarom van terugvordering had moeten afzien.
De Raad oordeelde dat geen dringende redenen aanwezig zijn om van terugvordering af te zien. Dringende redenen vereisen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die incidenteel en uitzonderlijk zijn, wat hier niet het geval is. De problematiek van appellante is niet het gevolg van de terugvordering. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding zijn aangetoond.