ECLI:NL:CRVB:2016:4031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken zeer dringende redenen ondanks opschorting WIA-uitkering
Appellant ontving een WIA-uitkering die werd opgeschort wegens weigering mee te werken aan een medisch onderzoek. Vervolgens werd een aanvraag om bijstand ingediend, die werd afgewezen omdat de WIA-uitkering een voorliggende voorziening is en geen zeer dringende redenen voor bijstandverlening aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat er wel dringende redenen waren, onder meer door psychische klachten en financiële schulden door het leven van leningen.
De Raad oordeelde dat een zeer dringende reden alleen bestaat bij een acute noodsituatie die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken. Dit was niet het geval. Het beroep op zeer dringende redenen faalde, waardoor het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.