ECLI:NL:CRVB:2016:4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen autohandel en schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Na een signaal over vermogen is een onderzoek gestart waaruit bleek dat appellant tussen 2006 en 2014 meerdere kentekens op zijn naam had, waarvan de meeste slechts kortstondig geregistreerd stonden. Het college besloot de bijstand over diverse maanden te herzien en deels in te trekken, en vorderde terugbetaling van ontvangen bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat er geen sprake is van autohandel, maar de Raad volgt het college en wijst op vaste jurisprudentie dat het houden van kentekens voor korte periodes en overdracht aan derden duidt op autohandel. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake was van eigen gebruik.
Verder oordeelt de Raad dat appellant de wettelijke inlichtingenplicht heeft geschonden door deze transacties niet te melden, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand. Omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op bijstand over de betrokken perioden, faalt het beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens verzwegen autohandel en schending van de inlichtingenplicht.