ECLI:NL:CRVB:2016:4036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Appellant diende op 18 juni 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij aangaf te wonen op een bepaald adres. De gemeente Krimpen aan den IJssel voerde een onderzoek uit naar zijn woonsituatie, waaronder een gesprek op 28 juli 2014 en een huisbezoek op 31 juli 2014. Tijdens het onderzoek verklaarde appellant onder meer nooit op het opgegeven adres te hebben geslapen en dat hij bij zijn ouders logeerde. De woning was vrijwel ongemeubileerd en er waren geen aanwijzingen dat appellant er daadwerkelijk woonde.
Op basis van deze feiten wees het college de aanvraag af bij besluit van 6 augustus 2014, dat na bezwaar op 23 december 2014 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, maar de Raad oordeelde dat de onderzoeksrapportage en bevindingen voldoende feitelijke grondslag boden voor het besluit. De enkele stelling van appellant dat er wel etenswaren en een matras aanwezig waren, werd onvoldoende geacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 25 oktober 2016 door P.W. van Straalen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.