ECLI:NL:CRVB:2016:4039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant en ontbreken opvolging door erfgenamen
Appellant ontving vanaf 1 juli 2009 een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW). Het college van burgemeester en wethouders van Veendam trok bij besluit van 19 december 2013, gehandhaafd bij besluit van 15 september 2014, de uitkering in en vorderde terugbetaling van € 3.344,34 wegens het voeren van een niet-gemelde gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar overleed op 28 september 2015. De Raad verzocht vervolgens om opgave van erfgenamen die het hoger beroep wilden voortzetten. Mr. Bakker, advocaat van appellant, gaf aan geen contact te hebben kunnen leggen met erfgenamen en dat de zoon geen erfgenaam was.
Omdat niet is gebleken dat erfgenamen het geding hebben voortgezet, is het procesbelang vervallen. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens op 25 oktober 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van opvolging door erfgenamen.