ECLI:NL:CRVB:2016:409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar studiefinanciering wegens te late indiening
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin studiefinanciering werd herzien en een boete werd opgelegd wegens onjuiste woonsituatie. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend zonder verschoonbare reden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellant het besluit van 15 juni 2013 digitaal had ontvangen en het besluit van 18 juli 2013 op het laatst bekende adres was verzonden. Appellant had geen adreswijziging doorgegeven en zijn stelling dat hij door een ruzie het besluit pas later ontving werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de digitale bekendmaking rechtsgeldig was en dat de verwijzing naar de toelichting met rechtsmiddelenclausule via e-mail beschikbaar was. Het bezwaar was daarom te laat en niet verschoonbaar. De Raad wees de stelling van appellant dat hij op het verkeerde been was gezet af en bevestigde dat het boetebesluit correct was verzonden.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J. Brand op 13 januari 2016.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening studiefinanciering en boete is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.