ECLI:NL:CRVB:2016:4090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvolledige urenoverzichten en terugvordering
Betrokkene ontving bijstand naast inkomsten uit werk bij een bedrijf. Na onderzoek naar opgegeven werkuren stelde het college vast dat betrokkene de gevraagde urenoverzichten niet had overgelegd, wat leidde tot opschorting en intrekking van bijstand vanaf 24 juni 2014. Tevens werd bijstand over de periode 29 april tot 23 juni 2014 herzien en teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde de intrekking en terugvordering over die periode wegens onvoldoende motivering en verklaarde het beroep tegen latere besluiten niet-ontvankelijk. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de urenoverzichten wel van belang zijn en dat betrokkene verwijtbaar heeft gehandeld door deze niet te overleggen, waardoor de intrekking vanaf 24 juni 2014 terecht is.
Voor de periode 29 april tot 23 juni 2014 ontbreken echter aanwijzingen dat betrokkene meer uren heeft gewerkt dan opgegeven, zodat de intrekking en terugvordering voor die periode onterecht zijn. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene tegen de afwijzing van een nieuwe aanvraag om bijstand wordt verworpen wegens onvoldoende gegevens.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit voor zover het de intrekking en terugvordering over 29 april tot 23 juni 2014 betreft, en veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Intrekking bijstand vanaf 24 juni 2014 bevestigd, intrekking en terugvordering over 29 april tot 23 juni 2014 vernietigd.