ECLI:NL:CRVB:2016:4114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is de indiener van een beroepschrift verplicht griffierecht te betalen. Appellant is hier tweemaal schriftelijk op gewezen, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2016. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.