ECLI:NL:CRVB:2016:4128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AWBZ-zorg na beoordeling voorliggende zorg op grond van Zvw
Appellante, bekend met diverse somatische en psychische problemen, had een indicatie voor AWBZ-zorg voor persoonlijke verzorging en verpleging aangevraagd. Deze werd door het CIZ afgewezen omdat behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorliggend is. De medische adviseur Van Roermund concludeerde dat appellante haar persoonlijke verzorging zelfstandig kan uitvoeren en dat haar beperkingen licht zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en betrok daarbij diverse medische adviezen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, ondersteund met een brief van haar huisarts, maar slaagde er niet in haar beperkingen medisch te onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het CIZ terecht uitging van de adviezen van Van Roermund en dat de revalidatiebehandeling op grond van de Zvw voorliggend is. De stelling dat de revalidatie te zwaar zou zijn, werd niet ondersteund door medische gegevens. Ook de zorgfunctie verpleging werd als voorliggend beoordeeld onder de Zvw. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.