ECLI:NL:CRVB:2016:4183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Betrokkene werd in het hoger beroep vertegenwoordigd door mr. S.N. Ketting. Op 20 mei 2016 trok appellant het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van appellant in de proceskosten. De Raad stelde vast dat de rechtbank reeds een proceskostenveroordeling en vergoeding van griffierecht had uitgesproken, zodat alleen de kosten in bezwaar en hoger beroep nog ter beoordeling stonden.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gezien het Besluit proceskosten bestuursrecht werden de kosten begroot op € 992,- voor bezwaar en € 496,- voor hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene tot een totaalbedrag van € 1.488,-. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen. De uitspraak werd op 2 november 2016 in het openbaar gedaan door J.P.M. Zeijen.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 1.488,- aan proceskosten aan betrokkene.