ECLI:NL:CRVB:2016:4208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens ondubbelzinnige weigering meewerken aan re-integratieverplichtingen
Verzoeker, geboren in 1990, ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg een plan van aanpak aangeboden met re-integratieverplichtingen. Hij weigerde een aangeboden baan bij een restaurant te accepteren vanwege onvrede over het loon en weigerde vervolgens ook mee te werken aan het re-integratietraject bij het bedrijf Fenix.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarom de bijstand van verzoeker te beëindigen op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, van de Participatiewet, omdat uit zijn houding ondubbelzinnig bleek dat hij niet wilde meewerken aan de arbeidsverplichtingen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde verzoeker aan dat hij niet betrokken was geweest bij de aanmelding bij het re-integratietraject en dat het college niet zorgvuldig had gehandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker op de hoogte was gesteld van het traject en dat hij ondanks waarschuwingen volhardde in zijn weigering mee te werken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er was geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het recht op bijstand van verzoeker wordt beëindigd wegens ondubbelzinnige weigering mee te werken aan re-integratieverplichtingen.