ECLI:NL:CRVB:2016:4220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks rugklachten
Appellant, laatstelijk werkzaam als snackbarmedewerker, viel uit wegens lage rugpijn met uitstraling naar de benen en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, omdat hij ondanks beperkingen in staat is tot de geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen de beperkingen juist hadden vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende informatie op te vragen, onder meer bij de neurochirurg, en dat de geselecteerde functies te belastend zouden zijn. De Raad concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.
De Raad verwierp de stelling dat de arbo-arts en werkgever appellant onjuist hadden beoordeeld en vond dat de medische onderbouwing van het UWV standhield. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering omdat hij medisch geschikt is voor de geselecteerde functies.