ECLI:NL:CRVB:2016:4242
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en afwijzing verzoek proceskostenveroordeling in AOW-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een geschil over de AOW en premieheffing sociale verzekeringen. Tijdens de procedure is het hoger beroep ingetrokken en heeft appellant verzocht om een proceskostenveroordeling.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 8:75a Awb alleen proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. In deze zaak was dat niet het geval, omdat de aangevallen uitspraak terecht was en zou zijn bevestigd indien het hoger beroep niet was ingetrokken.
De Raad heeft ook aandacht besteed aan de bevoegdheid van de Sociale verzekeringsbank om overlegprocedures te starten op grond van het Rijnvarendenverdrag en de vaste praktijk om dergelijke verzoeken af te wijzen zolang fiscale procedures lopen. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden is het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij de Svb terugvorderen.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen na intrekking van het hoger beroep.