ECLI:NL:CRVB:2016:4257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens onvoldoende medewerking bij huisbezoek ondanks psychiatrische klachten
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet en ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Tijdens een nader onderzoek naar de juistheid van haar gegevens, onder meer via bankafschriften en buurtonderzoek, ontstond twijfel over haar woonsituatie en leefomstandigheden. Een onaangekondigd huisbezoek op het opgegeven adres werd voortijdig afgebroken doordat appellante niet meewerkte en geen vragen beantwoordde.
Het college trok daarop de bijstand met ingang van 2 april 2015 in wegens onvoldoende medewerking, omdat niet kon worden vastgesteld of appellante bijstandbehoevend was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychiatrische klachten haar verhinderden om mee te werken, maar het overgelegde Sociaal Medisch Advies toonde niet aan dat zij op het moment van het huisbezoek niet belastbaar was.
De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was omdat de medewerkingsplicht was geschonden en het college daardoor het recht op bijstand niet kon vaststellen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd ondanks de psychiatrische klachten van appellante.