Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
betrokkene van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.000,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep, begroot op in totaal € 2.728,-. Een vergoeding van kosten gemaakt in bezwaar werd afgewezen omdat appellant niet tijdig een verzoek daartoe had ingediend.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de totale duur van de bezwaar- en beroepsprocedure de redelijke termijn volgens het EVRM met elf maanden had overschreden. Daarom werd de Staat veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- aan appellant. Het verzoek om vergoeding van griffierecht moest appellant rechtstreeks bij het UWV indienen.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 november 2016.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.728,- aan proceskosten en de Staat tot een schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.