Uitspraak
17 juni 2015, 14/3714 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten vanaf juli 2013. De minister herzag dit besluit per 1 juli 2013 en kwalificeerde appellante als thuiswonende studente, waarna de te veel betaalde studiefinanciering werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoekrapport van januari 2014 onvoldoende feitelijke grondslag bood en dat zij feitelijk wel op het brp-adres woonde, mede vanwege haar verhuizing.
De Raad oordeelde dat het rapport en de verklaring van de hoofdbewoner voldoende bewijs leverden dat appellante niet op het brp-adres woonde. De verklaring gaf aan dat zij slechts sporadisch overnachtte en nooit haar hoofdverblijf had op dat adres. Nadere verklaringen van de hoofdbewoner boden geen tegenbewijs. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de studiefinanciering als thuiswonende studente wordt bevestigd.