ECLI:NL:CRVB:2016:427
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in geschil over vertrekregeling ambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij de gemeente Nijmegen, sloot in 2013 een vaststellingsovereenkomst over beëindiging van zijn dienstverband met een vertrekregeling. Later stelde betrokkene dat hij onder druk akkoord was gegaan en dat een later vastgesteld vertrekarrangement financieel gunstiger was. Verzoeker, de gemeente, wees compensatie af, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelde dat verzoeker het besluit moest herzien en stelde een dwangsom in bij niet-naleving.
Verzoeker heeft vervolgens betrokkene in aanmerking gebracht voor het vertrekarrangement, dat financieel minder gunstig bleek dan de vaststellingsovereenkomst. Verzoeker verrekende een dwangsom met teveel betaalde bedragen en zag af van verdere terugvordering. Verzoeker vroeg schorsing van de uitspraak en de dwangsom, stellende dat onduidelijkheid bestond over de uitvoering en de rechtspositie van betrokkene.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen onverwijlde spoed was om een voorlopige voorziening te treffen. Er bestond geen spoedeisend belang bij de uitvoering van de uitspraak of de dwangsom, mede omdat betrokkene geen loon of re-integratie vorderde en bereid was onterecht ontvangen bedragen terug te betalen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.