Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
4 november 2016.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig medewerker in de bouw, meldde zich ziek wegens kortademigheid, duizeligheid, misselijkheid en psychische klachten, met daarnaast cannabisgebruik. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank Limburg.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht, inclusief anamnese, psychisch onderzoek, dossierstudie en het meenemen van informatie van de huisarts en psychiater. De rechtbank vond geen reden om te twijfelen aan de conclusies dat appellant belastbaar is voor afgebakend en voorspelbaar werk.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stellingen over onzorgvuldig onderzoek en onderschatting van psychische beperkingen, verwijzend naar de diagnose van een psychotische stoornis NAO door psychiater Stadtbaumer. Het UWV verwees naar een uitgebreid rapport waarin werd gesteld dat de diagnose niet betekent dat appellant continu in een gedecompenseerde toestand verkeert en dat rekening is gehouden met cannabisgebruik.
De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe objectieve medische informatie heeft ingebracht die twijfel oproept over de beperkingen zoals vastgesteld. De Raad onderschrijft het oordeel dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.