ECLI:NL:CRVB:2016:4289
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij IVA-uitkering
Appellante, die eerder een WGA-uitkering ontving, verzocht in september 2014 om herbeoordeling van haar situatie. Het UWV kende haar bij besluit van 26 november 2014 een IVA-uitkering toe met ingang van 16 september 2014. Appellante maakte bezwaar met een brief gedateerd 8 januari 2015, die zij op 13 januari 2015 bij het UWV indiende, na de wettelijke termijn van zes weken.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de aangevoerde omstandigheden geen verschoonbare reden vormden voor de overschrijding. Appellante voerde aan dat zij pas eind december 2014 kennis nam van het besluit en de bezwaarclausule over het hoofd zag, en dat zij niet was uitgenodigd voor herbeoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De omstandigheden van appellante zijn onvoldoende om te concluderen dat zij niet in verzuim was. De Raad kan inhoudelijk niet oordelen over het recht op de IVA-uitkering omdat het bezwaar te laat is ingediend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.