ECLI:NL:CRVB:2016:4356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij WAO-aanvraag
Appellant heeft sinds 1993 een WAO-aanvraag lopen die door het UWV is geweigerd. Na diverse procedures heeft appellant in 2014 verzocht om herbeoordeling vanwege verslechterde gezondheid. Het UWV heeft dit verzoek aanvankelijk onjuist als bezwaar behandeld en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, waarna appellant beroep instelde.
Tijdens de procedure trok het UWV het bestreden besluit in en kondigde aan alsnog een primair besluit te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het beroep, aangezien het UWV inmiddels een nieuw besluit zou nemen.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn WAO-aanvraag opnieuw moet worden beoordeeld en verzoekt hij om schadevergoeding wegens het uitblijven van beoordeling sinds 1993. De Raad oordeelt dat appellant geen rechtens relevant belang heeft bij beoordeling van de aangevallen uitspraak, omdat het UWV inmiddels een nieuw besluit heeft genomen en tegen dat besluit een aparte procedure loopt.
De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eventuele schade in de lopende procedure dient te worden behandeld. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.