ECLI:NL:CRVB:2016:4360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. De Raad heeft appellante meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €124,- en de termijn waarbinnen dit moest gebeuren.
Ondanks een beroep op betalingsonmacht en het overleggen van een inkomensverklaring met een verzamelinkomen van €23.319,-, concludeerde de Raad dat appellante niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldeed. De Raad heeft appellante meerdere herinneringen gestuurd en gewezen op de gevolgen van niet-betaling.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in betalingsonmacht verkeert, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.