ECLI:NL:CRVB:2016:4366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand en IOAW-uitkering ex-echtgenoot
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg waarin het college van burgemeester en wethouders van Roermond een medeterugvordering van bijzondere bijstand en een terugvordering van ten onrechte ontvangen IOAW-uitkering mede van appellant heeft ingesteld.
Het college had in 2014 besluiten genomen tot terugvordering van openstaande bedragen uit geldleningen en onterecht ontvangen uitkeringen. De rechtbank oordeelde dat appellant, als ex-echtgenoot, hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugvordering van de geldleningen en dat de terugvordering van de IOAW-uitkering niet voorbarig is ondanks dat het intrekkingsbesluit nog in hoger beroep was. De rechtbank verwierp de bezwaren van appellant.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de terugvordering onjuist is, dat sprake zou zijn van dubbele incasso en dat bijzondere omstandigheden zoals zijn financiële situatie en persoonlijke levenssfeer tot afzien van terugvordering zouden moeten leiden. De Raad overweegt dat deze gronden reeds door de rechtbank zijn gemotiveerd afgewezen en bevestigt dat de terugvordering terecht is. Ook is geen sprake van dubbele incasso omdat betaling door een van de hoofdelijk aansprakelijke partijen bevrijdend werkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering mede van appellant en wijst het hoger beroep af.