Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:438

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 februari 2016
Publicatiedatum
8 februari 2016
Zaaknummer
14/4568 ZVW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak tot vervallenverklaring wegens schending procesvoorschriften in hoger beroep ZVW

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 3 februari 2016 uitspraak gedaan over het vervallen verklaren van een eerdere uitspraak van 11 november 2015. Appellant stelde dat hij niet op de hoogte was gesteld van de zitting van 27 mei 2015, omdat hij geen uitnodiging had ontvangen. Na intern onderzoek bleek dat de kennisgeving voor de zitting niet correct was verzonden, ondanks dat dit aangetekend had moeten gebeuren.

De Raad oordeelde dat hierdoor het recht van appellant om zijn standpunt mondeling toe te lichten op de zitting was geschonden, wat een fundamentele procedurele schending inhoudt. Dit leidde tot de conclusie dat de eerdere uitspraak niet rechtsgeldig tot stand was gekomen en daarom vervallen verklaard moest worden.

De zaak zal nu door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. Schaap in aanwezigheid van griffier R.L. Rijnen.

Uitkomst: De uitspraak van 11 november 2015 is vervallen verklaard wegens schending van fundamentele procesvoorschriften.

Uitspraak

14/4568 ZVW
Datum uitspraak: 3 februari 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 11 november 2015, 14/4568 ZVW
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
Het Zorginstituut Nederland, als rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen (Zorginstituut)
PROCESVERLOOP
Aangezien de Raad meent dat bij de totstandkoming van zijn uitspraak van 11 november 2015 fundamentele procedurevoorschriften zijn geschonden, zijn partijen bij schrijven van
18 december 2015 in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het voornemen om de uitspraak vervallen te verklaren.
Mr. M.J. van Dam, advocaat, heeft ingestemd met het vervallen verklaren van de uitspraak. Het Zorginstituut heeft op de brief van 18 december 2015 niet gereageerd.

OVERWEGINGEN

1. Namens appellant heeft mr. Van Dam bij brief van 16 november 2015 de Raad meegedeeld dat hij de uitspraak in de zaak 14/4568 ZVW heeft ontvangen, maar dat hij niet wist dat het onderzoek ter zitting in deze zaak op 27 mei 2015 heeft plaatsgevonden omdat hij geen uitnodiging voor de zitting heeft ontvangen.
2. De Raad kan een door hem gedane uitspraak vervallen verklaren indien blijkt dat een belanghebbende aantoonbaar en in zodanige mate in zijn processuele belangen is geschaad, doordat een voorschrift van openbare orde niet in acht is genomen, dat ten gevolge daarvan moet worden vastgesteld dat de uitspraak die het betreft niet rechtsgeldig tot stand is gekomen.
3. Ofschoon op de op 20 april 2015 aan partijen verzonden kennisgeving voor de zitting van 27 mei 2015 vermeld staat dat deze aangetekend verstuurd is of moest worden is na intern onderzoek geconstateerd dat aantekening van deze verzending niet heeft plaatsgevonden.
4. Nu de Raad het hoger beroep op 27 mei 2015 heeft behandeld, zonder dat de gemachtigde van appellant hiervan op de hoogte was, moet het ervoor worden gehouden dat deze partij niet in staat is gesteld op de zitting van de Raad zijn standpunt nader toe te lichten en is daardoor het recht op een eerlijk proces geschonden. De uitspraak van 11 november 2015 zal vervallen worden verklaard. Na de vervallenverklaring van de uitspraak zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
5. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 11 november 2015, 14/4568 ZWB, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2016.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) R.L. Rijnen

AP