ECLI:NL:CRVB:2016:4394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerker debiteurenadministratie, meldde zich ziek met psychische en gewrichtsklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de WIA-uitkering af.
Appellante voerde bezwaar aan met medische stukken over fibromyalgie, artrose en gehoorproblemen, maar het UWV handhaafde het besluit na beoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische grondslag zorgvuldig en juist was vastgesteld.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De aanvullende medische stukken leidden niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt dat de beperkingen en de geschiktheid voor de geselecteerde functies adequaat zijn beoordeeld en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.