ECLI:NL:CRVB:2016:441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Wajong-uitkering wegens niet melden verblijf en werkzaamheden buitenland
Appellante ontving een Wajong-uitkering en toeslag, maar het UWV ontdekte na een anonieme melding dat zij tussen januari 2011 en april 2012 in Australië en Thailand verbleef en daar werkte zonder dit te melden. Het UWV trok de uitkering over die periode in en vorderde het te veel betaalde bedrag terug, tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante maakte bezwaar en leverde loonstroken aan, waarna het UWV de terugvordering en boete licht aanpaste. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV terecht onderzoek deed en terugvordering toepaste omdat het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij onvoldoende tijd en informatie had gekregen om gegevens aan te leveren. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende gelegenheid had geboden en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij later nog relevante gegevens kon overleggen.
De Raad bevestigde dat het UWV verplicht was tot terugvordering en dat geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de Wajong-uitkering worden bevestigd.