ECLI:NL:CRVB:2016:4411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskredietaanvraag wegens onvoldoende aflossingscapaciteit en niet-levensvatbaarheid bedrijf
Appellant diende een aanvraag in voor een bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college vroeg advies aan een extern bureau, dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is vanwege onvoldoende aflossingscapaciteit en matige ondernemersvaardigheden.
Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat ook zijn ondernemersvaardigheden en een langere aflossingsperiode van zeven jaar in aanmerking moesten worden genomen.
De Raad oordeelde dat het college terecht het deskundige advies volgde, dat de aflossingscapaciteit onvoldoende was om het krediet binnen drie jaar af te lossen. Appellant leverde geen objectieve gegevens die dit konden weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten aan appellant toe te rekenen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 november 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bedrijfskredietaanvraag bevestigd wegens onvoldoende aflossingscapaciteit.