ECLI:NL:CRVB:2016:442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen op intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving een WAO-uitkering die in 2006 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Na diverse procedures verzocht zij in 2013 om terug te komen op dit besluit, stellende dat zij sinds 2010 een schildklieraandoening heeft die ook in 2006 al aanwezig was. Het UWV wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de medische informatie die appellante overlegt niet aantoont dat de schildklieraandoening in 2006 al bestond en dat er geen nieuwe feiten zijn die herziening rechtvaardigen.
De verzekeringsarts concludeerde dat de eerdere medische onderzoeken geen aanwijzingen bevatten voor schildklierproblemen in 2006 en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst uit 2006 voldoende rekening hield met haar beperkingen. Daarom heeft appellante geen recht op hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.