ECLI:NL:CRVB:2016:4429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel verlaging bijstand wegens onterecht weigeren werk zonder werkkleding
Appellant had zich gemeld voor bijstand en werd aangemeld voor een participatietraject bij het Werkbedrijf Landgraaf (WBL). Na aanvankelijk schilderwerk werd appellant ingepland voor werkzaamheden in de groenvoorziening, maar hij weigerde deze werkzaamheden omdat hem geen beschermende werkkleding werd verstrekt. Het dagelijks bestuur legde daarop een maatregel op tot verlaging van de bijstand met 40%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het dagelijks bestuur niet aannemelijk had gemaakt dat appellant voorafgaand aan de werkzaamheden in de groenvoorziening over de vereiste werkkleding beschikte. Appellant had aannemelijk gemaakt dat hij terecht het werk weigerde vanwege het ontbreken van veilige werkkleding.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het besluit van 15 december 2014, en bepaalde dat het dagelijks bestuur het griffierecht en de kosten van appellant moest vergoeden. Hiermee werd het beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd omdat appellant terecht het werk weigerde wegens het ontbreken van beschermende werkkleding.