ECLI:NL:CRVB:2016:4431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag 2014 zonder terugwerkende kracht
Appellant heeft langdurigheidstoeslag over 2014 aangevraagd, maar het college stelde de aanvraag buiten behandeling en wees het bezwaar af. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college niet aannemelijk had gemaakt dat een brief was verzonden. Het college nam een nader besluit waarin de aanvraag alsnog werd afgewezen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht en omdat appellant in 2013 geen toeslag had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht het beleid hanteert dat terugwerkende kracht alleen mogelijk is indien in 2013 reeds toeslag is ontvangen. Appellant voerde geen bijzondere omstandigheden aan die afwijken van het uitgangspunt dat bijstand niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de aanvraagdatum. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college het griffierecht aan appellant moet vergoeden, omdat de rechtbank dit wel had overwogen maar niet in het dictum had opgenomen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling wegens het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag 2014 met terugwerkende kracht wordt afgewezen; het griffierecht wordt vergoed.