ECLI:NL:CRVB:2016:4465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitgangspositie en overgang naar LFNP-functie bij politieambtenaar
Betrokkene was werkzaam binnen de politie en werd per 1 juli 2011 aangesteld als Senior Medewerker MSC, waarbij deze functie als uitgangspositie voor de overgang naar het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) diende. De rechtbank had het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 30 juli 2014 gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat volgens de rechtbank de uitgangspositie niet eerder dan bij het matchingsbesluit van 16 december 2013 was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het aanstellingsbesluit van 17 juni 2011 tevens de gewijzigde uitgangspositie voor de matching vaststelde en dat deze uitgangspositie aan betrokkene kenbaar was gemaakt. Het feit dat dit niet expliciet in het aanstellingsbesluit werd vermeld, doet hieraan niet af. Betrokkene had tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt, waardoor de uitgangspositie rechtsgeldig vaststaat.
Betrokkene voerde aan dat de feitelijke werkzaamheden niet overeenkwamen met de formele functiebeschrijving en dat zij onbillijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die hogere LFNP-functies kregen toegekend. De Raad stelt dat de formele functiebeschrijving leidend is bij de matching en dat verschillen in functiewaardering tussen korpsen en functies een redelijke grond vormen voor de verschillen in toekenning. Er is geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard of een bijzondere situatie.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en vernietigt het nader besluit van 9 februari 2016. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 juli 2014 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.